9,00

Het is een geur die ge moet vinden

Auteur: Hubert van Herreweghen

‘Dichters zijn wandelaars. In het geval van Hubert van Herreweghen geldt dat ook letterlijk. De centrale ruimte in zijn oeuvre is het Pajottenland, de streek waar hij geboren en getogen is. Hij weet haar tot in de kleinste details te beschrijven en kent de landschappen ook een symbolische waarde toe.

Hubert van Herreweghen wandelt ook door de tijd. Het bewustzijn van de sterfelijkheid maakt de wisselwerking mogelijk van heden, verleden en toekomst. Het vers is de plaats waar ze samenkomen.

Ten slotte wandelt hij ook door de taal. Binnen een kader van groot respect voor de klassieke poëtica, slaagt de dichter er in geheel eigen accenten te leggen. Hij zoekt ook doelbewust alle lagen van de taal op. Wie deze poëzie leest, stoot telkens weer op onvermoede vondsten.

Het is een geur die ge moet vinden is een uitnodiging om mee te wandelen in het spoor van de dichter…’ schrijft de eminente kenner van het oeuvre van Hubert van Herreweghen; prof. Dr. Dirk de Geest van de K.U.Leuven in zijn inleiding.

Van Herreweghen bekleedt een eigen plaats in de Vlaamse letteren: los van alle literaire modes bouwde hij een oeuvre op dat tegelijk klassiek én eigentijds is. Het is een geur die ge moet vinden is een bloemlezing die de dichter zelf samenstelde. Ze bevat verzen uit o.a. Gedichten, Brieven uit Portugal, Kornoeljebloed en Een lamentatie van een melaatse koning. De bundel verschijnt naar aanleiding van zijn ganse oeuvre met de Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse Provincies 2006.

Knipsel

Het is een geur die ge moet vinden,
het is een spoor, geen onderdak.
Ik die de kriebeling beminde
die jong in mijn neusvleugels stak,
ik steek mijn neus in de vier winden
gelijk een afgerichte brak,
gewarige oren, poten strak.
Het is een geur die ik moet vinden,
het is een spoor, geen onderdak.
De geuren die de reuk verblindden,
’t Laf maanzaad en het klef gebak,
’t geschifte zuivel in de spinde,
de zure rotting van het wak.
De honing van pioen en linde
verdoolt me en zet mijn poten strak,
mijn natte neus in de vier winden.
Het is een geur die ik moet vinden,
het is een spoor, geen onderdak.

Over de auteur

9002b HUBERT VAN HERREWEGHEN (Pamel, 1920) is een van de belangrijkste Vlaamse dichters van de twintigste eeuw. Hij publiceerde tot nu toe 15 dichtbundels en 5 bibliofiele uitgaven. Bij Uitgeverij P verscheen Een Brussels tuintje (1999). Hij ontving talrijke prijzen zoals de driejaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie (1962), de Standaardprijs (1985) en de Emile Bernheimprijs (1997).

Recensies

  1. :

    Over de poëzie van Hubert van Herreweghen:

    ‘Herman de Coninck noemde Hubert van Herreweghen ‘de meest warse taalknarsende vernieuwer’.’ (De Morgen)

    ”Wat mij naast zijn inhoud zo treft, is de echtheid van zijn stem… Authentiek, oerecht… Tussen het traditionele vers en het experimentele heeft hij een eigen weg gezocht.’ (Albert Westerlinck)

    ”Hij komt verrassender uit de hoek dan veel van zijn jongere collega’s die vandaag de literaire canon vormen.’ (Patrick Lateur)

    Over Het is een geur die ge moet vinden:

    ‘Opvallend is de liefde van de dichter voor de Vlaamse taal. In nogal wat regels hoor je dan ook Gezelle meezingen. Een aangename kennismaking met een oorspronkelijk dichter die steeds zijn eigen gang is gegaan.’ (NBD/BIBLION, mei 2008)

    ‘De groten die de mooiste poëzie van de 20ste eeuw schreven, o.a. Adriaan Roland Holst(…) en zeker ook Hubert Van Herreweghen. Hem bewijst uitgeverij P nu opnieuw eer door een keuze uit zijn lyrisch werk uit te brengen. Slechts 23 gedichten, maar alle parels, in een fijn boekje. Dit boekje is een eerbetoon aan een meesterlijk dichter die nog steeds te weinig bekendheid geniet.’ (’t Pallieterke, 25 juni 2008)

    ‘Hubert Van Herreweghen is de wandelende weerlegging van het romantische cliché dat poëzie voorbehouden is aan jonge hemelbestormers met weelderige krullen. Hoe ouder hij wordt, hoe narriger zijn poëzie. Hoe beter. Hoe moderner. Hoe jonger.’ (Poëziekrant 5, juli-augustus 2008)

    ‘Van Herreweghen slaagt erin verleden, heden en toekomst met elkaar te verknopen.’ (Knack, 2 juli 2008)

    ‘Wie Van Herreweghens voetsporen volgt, maakt (hernieuwd) kennis met een oorspronkelijk dichterschap dat in de luwte van een bewogen tijd zijn eigen gang is gegaan.’ (De Leeswolf 3, april 2008)

    ‘Van Herreweghen is ondertussen achtentachtig jaar oud, maar Het is de geur die ge moet vinden bewijst dat zijn poëzie niets aan vitaliteit heeft ingeboet, ook al is het besef van het einde in veel gedichten erg aanwezig.’ (Vlaanderen, april 2008)