ISBN

978-94-92339-72-0

Paginas

64

Publicatiedatum

23/02/2019

 17,00

De zee is een zij

Auteur: Jan van meenen

Volg de gang van de seizoenen. Het nieuwe, het uitbundige, de verstilling en de verstarring. En altijd is zij daar: de zee met haar oneindigheid, haar speelse golven, zand en duinen. De verrukking van de vrouwelijke vormen, het aanzuigeffect, het wegtrekken.

De poëzie van van meenen zingt ritmisch, luchtig, badinerend. Licht verglijdt er in duister en wat nabij is wordt verte, daar danst frivool de diepgang. Achter de woorden trilt een wereld vol licht en blijdschap, weemoed en tederheid. De moedergedichten zijn een zacht afscheid, de kleinkinderen de glanzende toekomst vol levenslust en hoop. Van meenen kiest volop voor de warme kant van de woorden.

Dit is zinderend zintuiglijke poëzie, puur zoals ze nog maar zelden aangedurfd wordt.

Knipsel

 

Het was nu

 

Het was nu, het was mei, het was om te blozen
zo warm al.

Er waren pleinen, gazons waarop mensen
lagen die van de tijd geen last schenen te hebben,

zichtbaar genietend, pratend in hun telefoon,
door zonneglazen de diepte van de dag in keken.

Er was de zee met haar eindeloos aangolvend water,
haar wiergeur, haar zorgeloos dobberende scheepjes,

het was mei, het was mooi, het was nu,
morgen moest nog komen.

 

Over de auteur

Jan van meenen (ps. Jan Vanmeenen) (1951) studeerde Germaanse talen in Brussel en was achtereenvolgens actief als leraar Nederlands, Engels en expressie in het Sint-Jozefscollege en De Bron in Tielt. Hij werd meermaals onderscheiden in poëziewedstrijden, publiceerde in nogal wat literaire tijdschriften, werd inmiddels in tal van gerenommeerde bloemlezingen opgenomen en publiceerde sinds 1998 drie dichtbundels bij Uitgeverij PDe zee is een zij is zijn vierde bundel.

Recensies

  1. :

    Zijn poëzie is frêle. Geen grote woorden, geen grote gevoelens. Kabbelen, neurieën: alles golft, ebt en vloedt in mineur. (…) Van Meenen schrijft poëzie die geraffineerd in de juiste en kreukvrije plooien van de taal gaat liggen en nergens afwijkend gedrag vertoont. (…)

    Je leest zijn poëzie zoals je een kat aait: tot je de gedichten kan horen spinnen. (…) Er gebeurt veel in deze gedichten, zelfs als er nauwelijks iets of niets gebeurt: het is de taal die voor beweging zorgt. Met die taal gaat de dichter met grote zorg om. (…)

    In welk seizoen we ons ook bevinden, de taal getuigt van een lichte, lyrische roes: de woorden worden op heterdaad en voluit op hun betekenissen betrapt. De taal gaat met alle windrichtingen mee: de zintuigen reguleren. Het lijkt wel een doorlopende vertoning van verwonering. 

    Alain Delmotte, De Boekhouding

  2. :

    Elk gedicht van Jan van meenen in zijn nieuwe bundel De zee is een zij is een vonkje en in veel gevallen een vonk. (…)

    Wat de dichter Jan van meenen tot een bijzondere dichter maakt, is dat hij bekende onderwerpen als bijvoorbeeld de zee, voorzien van strand, veel zand en vooral de noodzakeljk aanwezige meeuwen op een hoogst persoonlijke wijze verwerkt. (…)

    Deze bundel is rijk en toegankelijk. Voor onervaren poëzielezers en aankomende dichters is deze bundel een uitnodiging om te onderzoeken wat er in de poëzie allemaal met taal mogelijk is. 

    Herbert Mouwen, Meander