Publicatiedatum

24/03/2018

ISBN

978-94-92339-27-0

Paginas

64

 17,00

Alles gebeurt onderweg

Auteur: Annemie Deckmyn

Het speels-aangrijpend debuut van Annemie Deckmyn Alles gebeurt onderweg bevat weemoedige verzen, klassiek van snit, over vergankelijkheid van de liefde en lichamelijk verval. Meestal toegankelijk, steeds zoekend naar de juiste plek. Om een zandkasteel op te bouwen, bijvoorbeeld.

Deckmyn speurt met haar vingers de lichamen van geliefden af, hoe zij jong als een maandag waren, en welbespraakt. Elkaar uitgeput vonden in verschoten zetels. Zuinig werden op de liefde, als eekhoorns in het winteruur. De noten die ze verstopten in het woud, de warmte op rantsoen. Wie weet wat liefde is, herkent hier een lotgenoot.

Knipsel

 

de aardschok was voorzien. we bleven
op de breuklijn leven alsof een woord
er niets toe doet. geen seismograaf
voorspelt het beven van het bloed.
geteisterd zijn. in het duister tasten.
dit is ons stenen bed. elk spoor onder puin
loopt in de stilte bijster.
delf dieper en voorzichtig.
licht valt onverhoeds naar binnen: we zijn gered.

 

Over de auteur

Annemie Deckmyn (1955) won diverse poëzieprijzen waaronder de SMS-poëziewedstrijd 2006 en tweemaal de poëzieprijs Gerolfswal. Gedichten van haar werden gepubliceerd in Daar begint de poëzie: de honderd beste gedichten uit de Turingwedstrijd (Van Gennep, 2014), de Poëziekalender 2015, samengesteld door Ester Naomi Perquin en Menno Hartman (Van Oorschot) en de bloemlezing Het gezeefde gedicht, samengesteld door Roel Richelieu Van Londersele en Charles Ducal (Uitgeverij P, 2016).

Recensies

  1. :

    Alles gebeurt onderweg is een debuut dat vraagt om een trage lezing. De schrijfster heeft geen woord te veel gebruikt en de zegging beperkt tot de essentie. De bundel is beslist een aanwinst, nu de podiumpoëzie hoge toppen scheert. Niet het effect van de woorden, maar de verborgen laag van de zegging staat voorop in het werk van Annemie Deckmyn, en dat is een kwaliteit die ik ten zeerste waardeer.

    Romain John van de Maele, Meander, 2018

  2. :

     

     

    In zorgzaam opgebouwde titelloos blijvende gedichten, met een duidelijke voorkeur – vaak ook afwiselend binnen een en hetzelfde gedicht – voor disticha, terzinen en kwatrijnen en zonder gebruik van hoofdletters, tekent Deckmyn de grenzen uit van wat het leven haar in de relatie met de geliefde(n) heeft gebracht. Heden en verleden worden in elkaar verstrengeld in verzen die gedragen worden door weemoed en aanvaarding.

    Jooris Van Hulle, Poëziekrant