ISBN

978-94-93138-35-3

Paginas

190

Publicatiedatum

07/02/2021

 20,00

Het huis van de dichter

Auteur: Carl De Strycker

Als eenentwintigste deel van de bekende Parnassusreeks van Uitgeverij P verschijnt Het huis van de dichter. Voor zijn ‘zelfbloemlezing’ herschikte Herman Leenders zijn poëzie op thematische gronden. Daardoor ontstaat een beeld van een consistent dichterschap dat over de jaren heen weliswaar variatie kent, maar steeds dezelfde kwesties aan de orde stelt.

De poëzie van Leenders heeft een verbindende en conserverende werking. Hij is geen vormvernieuwer of postmodern ontregelaar, maar schrijft zich in de traditie in: zijn gedichten zien eruit als gedichten, ze leggen intense ervaringen uit het dagelijkse leven vast met verrassende beelden. Door zijn milde spot, ironie en taalspel blijft toch enige lichtvoetigheid bewaard ondanks de zwaarte van de thematiek.

Knipsel

Over de auteur

Herman Leenders (Brugge, 1960) studeerde Germaanse filologie. Hij debuteerde in 1982 met Mijn landschap, een beeldinventaris, een dichtbundel die verscheen in de Yang-poëziereeks. De dichtbundels Ogentroost (1992), Landlopen (1995), Speelgoed (2000), Vervalsingen (2008), Dat is wij (2013) en Overstekend wild (2020) verschenen bij De Arbeiderspers, evenals de verhalenbundel Het mennegat (1994) en de romans De echtbreukeling (2005) en God speelt drieband (2017). In 2016 en 2017 was hij (vrije) stadsdichter van Brugge.

Hij ontving de C. Buddingh’-prijs, de Hugues C. Pernath-prijs en twee maal de Prijs van de Provincie West-Vlaanderen.

Carl De Strycker, directeur van het Poëziecentrum, schreef een voorbeschouwing over de samenstelling van de bundel, Leenders ironische taalgebruik en zijn plaats in de klassieke poëtica. Leenders is “bedachtzaam en klassiek, maar uniek om de subtiele twist die hij in zijn gedichten telkens aan de werkelijkheid weet te geven door het gebruik van een bijzondere invalshoek, een kleine verschuiving of een kwinkslag”.

Recensies

  1. :

    Over Ogentroost:

    “Zijn verzen zijn, opvallend bij zoveel blindheid op het programma, uiterst visueel en plastisch.”
    Rob Schouten in Vrij Nederland

    “Maar vooral schrijft Leenders vanuit een prachtige visualiteit. Hij ziet heel goed wat hij ziet, en weet heel goed dat er achter dat beeld een groot ‘waarachter’ schuilgaat.”
    Herman de Coninck in De Morgen

     

    Over Landlopen:

    “Leenders houdt ervan het leven even stil te zetten, met alle vervreemding vandien. Het alledaagse wordt even uit zijn verband gelicht, de blik verspringt, een moment van kortsluiting – daar is het hem om te doen. In het ideale geval is de dichter niet zichtbaar aanwezig. Hij is de regisseur op afstand, die schuift met korte zinnen, treffende beelden, een verrassend perspectief.”
    Guus Middag in NRC Handelsblad

     

    Over Vervalsingen:

    “Leenders’ mooie, want bedrieglijk heldere poëzie gaat sterk over onvermogen.”
    Paul Demets in De Morgen

     

    Over Dat is wij:

    “Toch valt op hoe Leenders ook hier scherper uit de hoek komt dan in zijn vroegere werk: kritische en schampere opmerkingen creëren meermaals bewust een dissonant in wat een idyllisch portret lijkt te worden. (…) een bundel van het afscheid, van het verlies van de onschuld, van de leeftijd.”
    Dirk De Geest in De Leeswolf

     

    Over Overstekend wild:

    “(…) een dichter van de luwte maar zijn poëzie wordt onder connaisseurs hoog gewaardeerd.”
    Dirk Leyman in De Morgen

    “Deze gedichten doen mij denken aan de poëzie van de Zweedse dichter Tomas Tranströmer die ook de werkelijkheid wist te intensiveren, opdat er zich een onbewuste werkelijkheid manifesteerde.”
    Johan Reijmerink op Meander.nl