Alle eindige dingen openbaren oneindigheid
De Amerikaanse dichter Theodore Roethke (1908-1963) groeide op in Michigan, waar zijn uit Duitsland geëmigreerde ouders een grote broeikas uitbaatten. Zijn vader overleed echter toen hij amper vijftien was, wat een waar trauma voor hem betekende. Van kindsbeen af verkende hij de vallei en leerde zo allerlei soorten bloemen en planten kennen.
Zijn poëzie is dan ook doordrenkt van bezield natuurschoon en indrukwekkend natuurgeweld. De orakelachtige taal van de natuur verkrijgt in zijn verzen dan ook een eigen sensuele vorm en intrinsieke gestalte, waarbij de schaduw van de dood niet te vermijden is. Roethke geloofde dat herhaling in woord, zin en idee de werkelijke essentie is van poëzie. Voor hem was energie de ziel van poëzie: “de prachtige wanorde ervan, de eeuwige maagdelijkheid van woorden…”
Zijn binding met de natuur vormt dus de kern van zijn werk en het bedwingen van de chaos is daarbij een tegenstem. Een animist die de taal hanteert als een wapen op leven en dood. Geen wonder dat hij zoveel invloed op dichters had, zoals Sylvia Plath en Ted Hughes. Want alles wat hij hoort of voelt of zag, verkrijgt een menselijke dimensie.
Zijn werk werd meermaals bekroond met prestigieuze prijzen als de National Book Award en de Pulitzer Prize.
Over de auteur
Vertaalster Lucienne Stassaert (Antwerpen, 1936) bouwde als kunstenares en schrijfster een aanzienlijke reputatie op. Zij schreef romans en meer dan 20 dichtbundels, o.a. Als later dan nog bestaat, Keerpunt, Drempeltijd, Zangvlucht, Nabloei, Nabeelden en De overkant van de tijd • Op de valreep. Haar vertalingen van Emily Dickinson, Sylvia Plath, Andrée Chedid en Hadewijch worden alom geprezen. Sinds 2014 verschenen al vijf delen van haar graag gelezen Souvenirs, aantekeningen over haar leven als kunstenares. Haar picturaal oeuvre werd in 2012 beschreven door Roger de Neef in Meervoud van blauw.






Recensies
Er zijn nog geen reviews.